De schrijnende verhalen en beelden van dierenverwaarlozing bereiken ons steeds vaker. In het merendeel van de gevallen blijken de baasjes verwikkeld in psychische of sociale problemen. Is er een link tussen de stijgende vraag naar geestelijke gezondheidszorg en het groeiend aantal verwaarloosde huisdieren? En speelt het nijpende tekort aan tijdige psychologische hulp hierin een grote rol?
Baasjes die de ernst van de situatie niet inzien, baasjes die de situatie wél inzien maar geen hulp durven vragen, baasjes die wél aan de alarmbel trekken maar niet snel genoeg gepaste hulp kunnen krijgen. Dementie, hoarding (het syndroom van Noah), depressie, … De situaties zijn enorm uiteenlopend. Uiteraard is er ook nog de groep ‘baasjes’ die op een of andere manier voldoening halen uit het kwellen van kwetsbare dieren… De toename van dierenverwaarlozing en het aantal inbeslagnames roept in ieder geval vragen op die we niet uit de weg mogen gaan.
Psychische problemen, financiële zorgen en het dier als stille dupe
Asielen, politie, de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID), hulpverleners van dierenambulances, ze signaleren het steeds duidelijker: waar mensen worstelen met psychische problemen, zijn vaak dieren de dupe. Financiële stress, gebrek aan structuur, sociaal isolement, dementie, depressie of andere mentale problemen – het zijn factoren die het moeilijk maken om goed voor een dier te zorgen. Hulpvragen worden soms afgewimpeld, instanties weten niet altijd naar wie ze mensen moeten doorverwijzen, zorg wordt uitgesteld, en in de tussentijd lijden de dieren – in stilte.
De zorgkloof: huisdier én eigenaar in de kou
De geestelijke gezondheidszorg kampt al jaren met lange wachtlijsten, zowel in Nederland als in België. In die wachttijd moeten mensen het vaak doen met tijdelijke oplossingen, zoals kalmeringsmiddelen, zonder fundamentele hulp. Ondertussen verslechtert de thuissituatie – en daarmee ook het welzijn van dieren. In sommige gevallen worden de dieren pas opgemerkt als de situatie volledig is geëscaleerd. Dit kan zijn bij een toevallig politiebezoek voor feiten die niet gerelateerd waren aan de dieren, of wanneer buren of soms zelfs familie inspecteurs van de ernst van de dierenverwaarlozing weten te overtuigen.
Hoe vaak treffen inspecteurs wel niet huizen aan waar je door het aangekoekte vuil moet stappen en waar de ammoniakgeur van urine ze tegemoet komt. En hierin leefden mensen, vaak in totaal isolement, dag in dag uit. In zo’n gevallen hebben de mensen de zorg voor hunzelf en hun woning al helemaal opgegeven. Laat staan de zorg voor hun dieren. Ook al hebben wij als buitenstaanders een gevoel van walging en boosheid omwille van de dieren, doch mag men het menselijk lijden in heel wat van deze gevallen niet negeren. Want ook de mens in het verhaal heeft dan vaak dringend hulp nodig!
Tegenstrijdige signalen: steun of last?
In de Nederlandse krant ad.nl benadrukte de GGZ, de branchevereniging voor de geestelijke gezondheidszorg, onlangs nog het belang van huisdieren. Dieren zouden namelijk bijdragen aan structuur, troost en sociale steun. Ze zijn in heel wat gevallen dus eerder een hulpmiddel in plaats van een last. En terecht: voor velen is een huisdier net hun houvast!
Maar in de praktijk blijkt: als mensen zó verstrikt raken in hun eigen problemen dat basiszorg ontbreekt, dan kan het dier onbedoeld veranderen van houvast naar slachtoffer. De ggz erkent dat in die gevallen externe hulp moet gezocht worden – maar juist daar wringt het. Instanties weten niet altijd bij wie ze aan moeten kloppen, en coördinatie tussen mens- en dierenhulp schiet tekort.
Tijd voor een gezamenlijke aanpak
Het groeiend aantal verwaarloosde dieren legt een pijnlijke blinde vlek bloot in onze zorgsystemen. Hulpverleners voor mens en dier werken nog te vaak langs elkaar heen. Wat ontbreekt is een gezamenlijke aanpak, waarin het welzijn van álle gezinsleden – mens én dier – serieus wordt genomen.
Landelijke bekendheid over waar je terecht kan, een betere samenwerking tussen geestelijke gezondheidscentra, dierenwelzijnsorganisaties en gemeenten, en snellere interventies kunnen veel leed voorkomen.
Tot slot: wat kan jij doen?
Een huisdier houden is prachtig, maar het vraagt verantwoordelijkheid – zeker in moeilijke tijden. Herken je signalen van verwaarlozing of vermoed je dat iemand (mens of dier) hulp nodig heeft? Wacht dan niet en onderneem actie.
Nederland
Ben je getuige van dierenmishandeling of denk jij dat dieren verwaarloosd worden? Heb je een vraag of wil je even overleggen over een dier dat (misschien) hulp nodig heeft? Weet dat het nummer er niet alleen is voor noodgevallen, maar ook voor situaties waar je over twijfelt. Speciaal opgeleide politiemensen nemen de telefoon aan en schakelen de juiste hulpverlener in. Afhankelijk van de melding wordt de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn, de politie of de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) ingeschakeld.
België
Weet dat je in België voor dringende hulp bij mishandeling of dierenverwaarlozing altijd beroep kan doen op de politie, vooral als je de eigenaar niet kent. Ken je de eigenaar wel en wil je je klacht ook voldoende staven zodat men gepast kan actie ondernemen, stuur dan een klacht in via de website van de FOD Dierenwelzijn. Ook al heb je het gevoel dat het vaak niets opbrengt, al dan niet door wat je overal op social media leest, laat het je niet tegenhouden om toch te doen wat in jouw ogen het juiste lijkt. De stem te zijn voor dieren én soms dus ook voor mensen die dringend geholpen moeten worden.
In Brussel kan je dierenverwaarlozing melden bij Leefmilieu Brussel. In Wallonië bij de Unité Bien-être animal (UBEA).
Adopteer bewust, en blijf alert op signalen van verwaarlozing. Samen kunnen we het verschil maken – voor mens én dier.
Onze platsnuiten kunnen ons veel geven – troost, liefde en vreugde – maar ze zijn ook afhankelijk van onze goede en vaak toch wel kostelijke zorgen. Laten we ervoor zorgen dat ze die ook krijgen, juist als het moeilijk is. Weet dat er dierenvoedselbanken bestaan, dispensaria voor goedkope medische zorg, zelfs soms noodopvang via asielen. Hulp vragen is nooit een schande! Tijdig om hulp vragen en de juiste verwijzing krijgen kan er nét voor zorgen dat situaties niet uit de hand lopen en dat de mooie band tussen baasje en huisdier gekoesterd kan blijven worden.
